22 november 2019

mamil

Met het stijgen van de temperaturen merk ik vooral ’s ochtends steeds vaker dat woon-werk-mensen het stalen ros gebruiken om zich voort te bewegen. En gelijk hebben ze! Er is niets zo fijn om aan het begin van de dag ontspannen naar het werk te gaan.

In de stad zie je voornamelijk de gewone fietsen, al dan niet voorzien van een aantal luxe extraatjes. Het forensenvolk dat van stad naar stad reist maakt voor een groter deel gebruik van lichtere en snellere fietsen. En dat gaat nog best hard soms!

Ik ben ook één van die snelle(re) fietsers. Ik heb behoorlijk wat kilometers weggetrapt op een fiets met wel drie versnellingen. Een fiets zo robuust dat je je weinig zorgen hoefde te maken over kuilen, roest of ander malheur. Het grote nadeel was dan wel dat het gewicht ook evenredig stevig was. Een volgende fiets was al wat meer luxe. Een verende voorvork, meer versnellingen dan vrije dagen in een jaar en een fors aantal kilo’s lichter.

Bepaalde fietsen nodigen uit tot een tempo dat gemakkelijk vol te houden is. En als je, net als ik, de ‘handicap’ hebt dat rustig en relaxed fietsen niet gelijk staat aan een laag tempo, dan is snel fietsen al gauw gedaan. Ik heb maar twee fiets-standen: aan of uit. Met andere woorden is het stilstaan of voluit gaan.

Aangezien stilstaan je nergens brengt merkte ik op een gegeven moment dat het een uitdaging werd om de tijd die ik gebruik om op werk te komen steeds korter en korter te laten worden. Meten is weten en dus kwam er een sporthorloge. Gemiddelde snelheid, piektempo en hartslag: alles is te meten. En ook bij te houden wanneer je via Strava (of diverse andere soortgelijke sites) je prestaties opslaat.

Sneller, sneller, sneller werd op een gegeven moment mijn motto. De fiets die ik op dat moment gebruikte had zijn beste tijd ook wel gehad en uiteindelijk ben ik nu onderweg te herkennen aan mijn gifgroene wielrenfiets. Niet meer ontelbare versnellingen waar ik de meeste toch niet van gebruik. Geheel volgens de norm van tegenwoordig met één blad voor en elf versnellingen in totaal.

Een wielrenfiets is zo goed als niet te gebruiken in een dagelijkse klof. Ongemakkelijk en op vervelende plekken schurend. Dus bijpassende kleding aangeschaft. En die kleding kan in bepaalde situaties behoorlijk overbodig lijken. Kleding zoals de professionele wielrenners gebruiken in de grote koersen zal ik niet snel aandoen. Een fietsende reclamezuil vind ik wat sneu overkomen. Mijn kleding is vooral praktisch en comfortabel. En bij voorkeur neutraal qua kleur en ontwerp.

Op wielrenners zie je verschillende mensen die minder neutrale kleding aan hebben. Ergens heb ik het gevoel dat gedacht wordt dat er daardoor sneller gefietst wordt. Of op z’n minst een prestatie neergezet wordt die vergelijkbaar is met de professionals die dezelfde tenues dragen wanneer ze de grote wedstrijden fietsen.

Wielerkleding is meestal gemaakt van lycra. En hoe beter het weer is des te meer lycra je op de fietspaden ziet. En opvallend genoeg zie je meestal mannen van een bepaalde leeftijd in lycra rondrijden. En daar is een prachtige term voor: mamil. Dat staat voor Middle Aged Men In Lycra. Een benaming die doet vermoeden dat het weinig vleiend is. Qua leeftijd hoor ik tot die groep en ik draag lycra op mijn gifgroene fietsje. Ben ik dan ook een mamil?

Hobbyfietser Bart Kuipers schreef een column in NRC. In niet bepaald vleiende woorden omschrijft hij de terreur van voortrazende mannen die nietsontziend paden en wegen onveilig maken. En alhoewel ik ondertussen best een aardige snelheid heb weten te ontwikkelen tijdens het fietsen, hoop ik toch niet dat ik tot diezelfde categorie behoor. Wanneer ik merk dat ik niet lekker vrij uit mijn eigen tempo kan fietsen, zoek ik een andere route waar dat wel kan. In de stad peddel ik op een veilig tempootje langs de langzamere fietsers.

Waar ik mij aan stoor zijn vooral de pedelecs. Niet zozeer de fietsen zelf maar vooral de berijders. Met een snelheid die gemakkelijk rond de 40 kilometer per uur ligt schieten ze laagvliegend over de fietspaden. Met helm, zijspiegels en fietstassen wanen sommige pedelec’ers zich onaantastbaar. Alles moet aan de kant voor deze snelheidsduivels. Want snelheid minderen is niet iets dat in hun boekje voorkomt. Terwijl de inspanning die ze moeten leveren om op topsnelheid te raken niet bepaald om over te pochen is.

Vorige week zag ik het summum van wansmaak, arrogantie en misplaatste superioriteit. Een man waarvan ik de leeftijd schat op zo goed als zestig jaar oud. Op een pedelec. Hangend op een tijdritstuur zoals je ook in de Tour de France ziet. Met bijpassende tijdrithelm en aerodynamische spiegels aan het stuur. Zijn kleding deed gewoon zeer aan de ogen. Felgeel werd afgewisseld paarse strepen en blauwe vlakken. Nauwzittende lycra wielrenkleding op een pedelec waarop je niet harder kunt dan 40 kilometer per uur. Een snelheid die je ook kunt halen wanneer je niet topfit bent of zo goed als nooit fietst.

De wannabe-coureur zorgde er met veel geschreeuw voor dat iedereen ruim van te voren begreep dat er iemand aan kwam rijden. Een dame die voor hem fietste kreeg de volle laag omdat ze niet ver genoeg de berm in dook om hem ruim baan te geven. Ze kon nog net op tijd haar stuur weer richting fietspad dirigeren om niet in een slootje te eindigen. Huiswaarts fietsend kwam ik ’s avonds iets tegen dat zo mogelijk nog irritanter was. Een groep recreatielopers die in twee rijen gezellig samen hardlopend en kletsend het hele fietspad bevolkten maar niet aan de kant wilde gaan.

De gebruikte foto is van Kenneth Allen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.